Werkpakket 2

Het automatisch scoren van laesies op het slachthuis

Taak 2.1 (Leider: DMRI) Geautomatiseerde detectie van staartletsel in het slachthuis

De sensor- en softwareontwikkeling begint bij de specificatie van de eisen door slachterij en varkenshouder. De plaatsing van de apparatuur aan de slachtlijn, de vereisten voor databeheer  (integratie van de gegevens) en de maximale kosten van de apparatuur moeten worden vastgesteld. Een volledig systeem omvat camera, belichting, beeldanalysesoftware en data-integratie. Er zal een deskundige referentiescore voor staartletsels en lengte worden vastgesteld, samen met een check van het levende dier, en er zullen door deskundigen referentie-evaluaties worden gemaakt voor de ontwikkeling van de eerste software. Een pre-prototype voor het testen van  prestaties zal worden ontwikkeld en gebouwd om beelden op te nemen aan de slachtlijn voor verbetering van de software. Wanneer de vereiste  prestaties goed genoeg zijn, wordt een prototype dat voldoende robuust slachthuisomstandigheden, in het slachthuis gebouwd en gecontroleerd.

Taak 2.2 (Leider: INRA, partner: FiBL) Automatisch laesies scoren in de wachtruimte

Het in T1.3 ontwikkelde bloeddetectiesysteem wordt gedurende drie maanden in een commercieel slachthuis in Zwitserland gebruikt. Gedurende die periode zal de incidentie van huidletsels visueel worden geregistreerd en gerelateerd worden aan de waarnemingen van het geautomatiseerde registratiesysteem. De resultaten van de vergelijking zullen worden besproken met het slachthuispersoneel en met de Farmer Focusgroep in Zwitserland (T1.4).

Taak 2.3 (Leider: DMRI, partner: WLR) Implementatie en validering van de score voor staartletsel in het slachthuis

Het prototypesysteem van Taak 2.1 zal worden toegepast in twee commerciële slachtlijnen (DK en NL) en het effect van feedback aan de varkenshouder, wordt gedurende één jaar geëvalueerd. Het systeem zal regelmatig worden geverifieerd met betrekking tot gevoeligheid en specificiteit door visuele waarnemingen aan de hand van de deskundige referentiescore die in T2.1 is vastgelegd. Er zal een geautomatiseerde feedback worden ontwikkeld. Varkenshouders zullen samen met adviseurs deelnemen aan de Farmer Focusgroepen om corrigerende maatregelen tegen staartbijten te nemen. Het effect van de feedback aan de varkenshouder zal worden geëvalueerd als onderdeel van T1.4.